Covers en eerdere coververhalen.  

Sinds het ontstaan van A&K Thuis wisselde coverstory's elkaar af, maar vanaf september 2020 worden alleen de covers van het magazine nog geplaatst. Uiteraard kunt u de eerder geplaatste artikelen nog wel blijven lezen, scroll maar naar beneden. 

Voor een overzicht van alle covers, klik de eerste aan en kijk verder met de pijltjes.  





Postzegelvereniging Aalsmeer

  

Mandy van der Zwaard

 

POSTZEGELBOEKJE

De ‘Postzegel Vereniging Aalsmeer’ werd opgericht op 28 maart 1947. Het is niet te achterhalen wanneer het eerste maandelijkse verenigingsblad verscheen maar in bezit van de vereniging is een convocatie uit 1974. De convocatie (uitnodiging voor een vergadering) wordt gestuurd aan alle leden. In die tijd werd als kaft het P.T.T. postzegelboekje gebruikt. Velen spreken nu nog over het ‘postzegelboekje’ als de convocatie van de Postzegelvereniging Aalsmeer komt.

LOGO

De postzegelvereniging Aalsmeer was tot 1994 een afdeling van de Internationale Vereniging Philatelica. Daarom stond er op het Postzegelboekje altijd de afkorting ‘í.v.’ of Internationale Vereniging. Het veertigjarig bestaan van de vereniging werd in 1987 gevierd met een nationale postzegeltentoonstelling. Aalsmeers kunstenares Coq Scheltens ontwierp voor deze gelegenheid een typisch Aalsmeers logo met watertoren voor op de tentoonstellingscatalogus. Vanaf dat moment werd dat ook het logo van het Postzegelboekje. Bij de start van het seizoen 1992-1993 kreeg het de jarenlange vertrouwde kleur goudgeel. Inmiddels heeft het digitale clubblad de kleuren van Aalsmeer maar nog altijd siert het logo op de voorkant.

GESCHIEDENIS

Het Nederlands Postmuseum publiceerde in 1947 een uitgave waaruit blijkt dat het maken van postzegels puur vakmanschap was.

~De werkwijze is als volgt: Men hangt de gravure in een koperoplossing, waarin ook nog een stuk koper hangt en geleidt een electrische stroom er door, zoo, dat het koper een positieve en de gravure een negatieve pool gaat vormen. Daardoor beweegt zich fijn verdeeld koper naar de negatieve pool en zet zich daarop af. 
Het is interessant om te zien hoe door dit ‘groeien’ een plaatje ontstaat dat het spiegelbeeld is van de gravure waartegen het gegroeid is. De ruwe randen en achterzijde van het nieuwe plaatje (matrijs genaamd) verraden duidelijk de wijze van ontstaan~

Op de website staat onder het kopje verenigingsblad, 'Emissie 1867, een leuke vondst in verenigingsarchief' het hele artikel te lezen. Ook de geschiedenis van Aalsmeer is terug te vinden in de filatelie. Zegels, stempels poststukken geven een beeld van ons dorp van 1700 tot heden.

OOK VOOR JEUGD

Postzegels verzamelen lijkt in eerste instantie niet echt een flitsende hobby. Met nadruk op ‘lijkt’, want het is een juist een bruisende hobby. Enthousiast zijn bij het vinden van een nieuw ontwerp of net die ene zegel  vinden en dat laten horen met een welgemeend ‘Yes!’. De vibratie die dan door de zaal gaat is tastbaar. Je ziet en voelt de blijdschap om je heen.

Vooral het verzamelen van postzegels met één onderwerp is stimulerend om mee te beginnen. Neem bijvoorbeeld het thema vogels of nóg leuker het thema ‘Aalsmeer’. Het verdiepen in de achtergrond van een dergelijk zegel wekt nieuwsgierigheid. ‘Hoeveel zegels zijn er met Aalsmeerse bloemen? Zijn er ook Aalsmeerse treinenzegels? Dan op de ruilbeurs snuffelen in de vele albums. En hoe leuk is het dan als net die ene gevonden wordt, die nog niet in bezit is! Dat geeft een adrenaline stoot die zelfs ervaren verzamelaars omschrijven als ‘euforisch.’ Of zoals de jeugd het zegt: ‘VET’

Elke dag komen er over de hele wereld tientallen nieuwe postzegels uit. Pas geleden nog een serie van de Caribische eilanden. Het is een Onuitputtelijke bron van inspiratie voor jong en oud. Op de ruilbeurs zijn altijd mensen van het bestuur aanwezig. Zij leggen graag uit hoe de beurs werkt, waar je het beste naar kunt kijken of waar je op moet letten. Zij hebben antwoord op alle vragen.

ACTIVITEITEN

De vereniging beperkt zich niet alleen tot het verzamelen van postzegels. Buiten coronatijden is er elke eerste maandag van de maand een verenigingsavond met een veiling. Diverse kavels zijn ingebracht door leden én niet leden. Stuiverboeken en een verloting zijn vaste onderdelen. Al met al bijna onmogelijk om met niets naar huis te gaan.

Regelmatig zijn er lezingen door gastsprekers of leden met een verhaal over een deel van hun verzameling of andere interessante onderwerpen. Tijdens de ruilbeurs, elke derde zaterdag van de maand is er een minitentoonstelling. Deze wordt ingericht door Cor van Meurs.

Kijk voor meer informatie op  www.postzegelverenigingaalsmeer.nl en op facebook.

Kom vrijblijvend eens langs, nieuwe leden zijn altijd welkom.


Foto 1 van Klaas Keessen: Bestuur van het eerste uur, v.l.n.r: dhr. Moerkerk,1e voorzitter P. van Dam, dhr. de Jong en geheel rechts W.Schenkius

         





Tulpen uit Holland     

Gele tulpen hebben de kleur van de zon. Plezierig, warm en vooral vrolijk. Het is niet voor niets dat gele tulpen gebruikt worden om een zieke een hart onder de riem te steken. Maar waar komen tulpen eigenlijk vandaan? Waar heb je het plantenpaspoort voor nodig en wat was de oorzaak van de Tulpenmania? Een naam die heden ten dage nog vaak in verband wordt gebracht met beursgekte.   

Tulpen komen niet uit Nederland

Hoewel wij als Nederlanders prat gaan op het voeren van de tulp als een nationaal symbool, zijn ‘wij’ niet de ontdekker ervan. De Vlaamse diplomaat Ogier Gisleen van Busbeke is hier in 1593 onbewust de aanstichter van. Hij was gezant bij het Ottomaanse hof van de rijke sultan Suleyman de Eerste.   

Kort daarvoor was in de bergen van Kazachstan een nieuw soort bloem ontdekt en inmiddels uitgewaaierd naar Turkije werd het een grote attractie in de tuinen van Istanbul. Deze sultan gaf de diplomaat een paar bollen cadeau, die hij op zijn beurt doorstuurde naar zijn goede vriend Carolus Clusius, hoofd van de Hortus Botanicus in Leiden. Al snel werden de bollen gestolen en vermeerderd en zo is de tulp haar opmars begonnen. Zes oogsten later - een tulp komt in zeven jaar tot wasdom - was het verzamelen van tulpen een rage geworden. 

Professionele kwekers

In de omgeving van Haarlem, Leiden en Alkmaar gingen kwekers al snel professioneel tulpen kweken. In die tijd, begin 1600, was dat alleen mogelijk op ‘geestgronden’ oftewel zandgronden, en hoewel er meer tulpen kwamen bleef het een eliteproduct. Peperdure pronkjuwelen, vergelijkbaar met parels en diamanten. Een tulp kon wel duizenden guldens kosten.   

Tulpenmania  

Grote bedragen werden ervoor neergeteld. Het was ongelooflijk hoeveel men bereid was ervoor te betalen. Langzaam kwam er een variant op de markt met strepen: de Semper Augustus (foto 2). Lyrisch waren de mensen. De duurste bol van deze soort kostte net zoveel als een grachtenpand in Amsterdam: 6000 gulden.   

Dit alles gebeurde nog door de professionele kwekers, maar vanaf 1634 gingen ook anderen zich met kweken bezig houden en zo ontstond er windhandel.   

In kroegen en herbergen werd onder het genot van veel bier per opbod of afslag ge- en verkocht. Vaak als de bollen nog maar net geplant waren, werden ze al verkocht met contracten voor levering in de toekomst. Deze contracten werden voor grof geld doorverkocht, hoewel dat ten strengste verboden was door de Staten van Holland.           

Mutanten  

De tulp met strepen was een verzamelobject. Verkrijgbaar in honderden, soms spectaculaire kleuren waren zij dé snuisterij van dat moment. Helaas bleek een virus verantwoordelijk te zijn voor dit o zo mooie mozaïek en zo stierven vele tulpensoorten (bijna) uit.   

Anno 2020 bestaan er allerlei criteria waar een bol aan moet voldoen. Er zijn plantenpaspoorten zodat eventuele eigenaren van zieke bollen achterhaald kunnen worden. Tevens wordt de kwaliteit mede bewaakt door strenge keuringsdiensten van landen waar de bollen naartoe gaan.   

Kweken op zand en klei

Waar ze in de 16e en 17e eeuw alleen op zand groeiden zijn in latere eeuwen ook manieren ontdekt om de tulpen op kleigrond te telen. Maar wanneer je de bollen rooit komen ze volgeplakt met klei de grond uit. Innovaties hebben machines voortgebracht die nu eerst een laag afgraven, een net neerleggen, vervolgens daar de bollen op laten vallen en tot slot nog een net erover spannen (dubbelnet). Toegedekt met grond kan de groei beginnen.   

Vooruitgang

Innovaties zijn niet van de afgelopen eeuw. Iedere tijdsperiode kent grote vooruitgang; ook in de tulpenwereld blijven de bloemenkwekers en de bollentelers zoeken naar nieuwe toepassingen of oplossingen voor wensen van de klanten. Stevigere stelen, langere bloeitijd, specifieke kleur of gewoon de hoogte... Zo zijn ze in Rusland gek op tulpen van ongeveer een meter hoog. Kees Scholte, bollenteler in hart en nieren noemt dit spottend: ‘de Gulptulp’.     

Bollen pellen

Vroeger is het bollen pellen voor veel jongeren een bijbaan geweest. Het moet nog steeds gebeuren, want hoewel het meeste machinaal gebeurt, zijn er menselijke vingers nodig voor het fijne werk en de fysieke controle. Wat is eigenlijk bollen pellen?  

Na het rooien worden de bollen in een machine gestopt. Die sorteert ze op maat en haalt alvast veel van de aarde en losse vellen eraf. Dit proces herhaalt zich meerdere keren waarna de bollen op een lopende band komen voor de laatste handelingen. Er zitten dan vaak nog babybolletjes aan die terug de grond in moeten, simpelweg omdat ze te klein zijn om al te verkopen. Na het drogen en nog meer controles worden de bollen verpakt om verzonden of nogmaals gebruikt te worden.  

Er bestaan inmiddels duizenden soorten tulpen die allemaal genoteerd staan diverse boeken.    
  
2020-


P1270549





De Dorpskerk 

Mandy van der Zwaard

 

De toren van de Dorpskerk is in 2018 150 jaar oud. Een extra reden voor een portret van dit historische gebouw, welke het straatbeeld van het dorp Aalsmeer al sinds 1549 siert. Een kleine impressie van dit Rijksmonument waarvan de toren eigendom is van de gemeente Aalsmeer.

 

KATHOLIEK

Voor het ontstaan van de Dorpskerk gaan we terug naar 1133. Uit archiefstukken blijkt dat er toen al sprake was van een Kerkdorp. Uit deze zelfde oude archieven blijkt dat er voor de huidige Dorpskerk nog een kerk heeft gestaan, en aangezien die niet in een open veld geplaatst wordt mag men ervan uitgaan dat de oudste nederzetting van Aalsmeer ongeveer 400 meter ten zuiden van de hoek Kruisweg- Aalsmeerderweg gelegen was. De eerst aantekeningen over vernieuwen kwamen voor in de 15 e eeuw.


In de rekeningen van de Rotterdamse kerkmeester lezen we onder het boekjaar 1429/30 dat de toenmalige landeigenaren hulp hebben gevraagd voor de bouw van een kerk. Dat wijst niet op een houten gebouw, dat zou de gemeenschap zelf wel hebben bekostigd. Aantekeningen wijzen erop dat de Katholieke kerk gereed was in 1449 en vernoemd werd, zoals in die tijd gebruikelijk, naar Sint Petrus en Sint Paulus.

 

SPAANSE FURIE 

Daar valt een gat van 1449 naar 1549, het kan een verschrijving zijn, wetende dat alles met de hand gekopieerd werd, maar aannemelijk is ook dat er hiaten waren in de bouwtijd. De bouw geschiedde altijd op vrijwillige basis en als het geld op was moest men wachten op nieuwe middelen.

Echt weten zullen we het nooit, het papieren archief is met de brand van 1575 (Spaanse furie over Aalsmeer) verloren gegaan.

Zeker is echter wel, dat in 1550 de Sint-Jacobskerk in De Hen Haag opnieuw gebouwd is na een vernietigende brand, en dat de grondstructuur van de beide kerken exact gelijk is.

 

NAAMSVERANDERING 

Helaas ontkwam ook de herbouwde Dorpskerk in Aalsmeer niet aan de Spaanse furie en werd hij zwaar verwoest. Maar de herstelwerken zullen wel spoedig zijn aangevat, want in 1586 was het gebouw weer in gebruik, inmiddels voor de Protestantse eredienst, waardoor de naam veranderde in Gereformeerde Kerk. Maar blijkbaar was de verbouwing maar van tijdelijke aard want in 1595 vond er echter alweer een grote verbouwing plaats. Er was een bedrag nodig van 14042 pond, elk van 40 grooten, wat neer komt op 6.500 euro, voor die tijd een enorm bedrag. Het blijft een raadsel want het eerste notulenboek van de kerkenraad is verloren gegaan. Na nog een uitbreiding in 1653 bleef het heel lang bij repareren.

 

SYNODE

Tot 1816 werd de Dorpskerk de Gereformeerde Kerk genoemd, daarna stelde Koning Willem I de Synode in wegens kerkelijk verval en werd de naam veranderd in Nederlands Hervormde Kerk. Lange tijd gebeurde er weinig, maar in 1843 moesten er echter rigoureuze beslissingen gemaakt worden. De daken lekte, er bleven scheuren komen, en de toren, de aanbouwen en de westtravee moesten wegens bouwvalligheden afgebroken worden.

De oude toren is door de opzichter, die de nieuwe toren ging bouwen, nauwkeurig opgemeten, beschreven en in tekening gebracht. In de toren hingen twee klokken, beide gegoten door Gerard Koster in Amsterdam die weer teruggeplaatst zijn. De grote klok hangt er nog en doet dus al 349 jaar dienst! De kleine is geroofd in de oorlog en in 1951 vervangen.

 

KERKORGEL OOK 150 JAAR 

Traditiegetrouw duurde het jaren voor er daadwerkelijk begonnen werd met de nieuwbouw; pas in 1850 werd de eerste steen gelegd voor de nieuwe kerk. Met bouwen van de toren begon men pas jaren later. In april 1868 legde burgemeester Mr. Jac. Tak symbolisch de eerste stenen. De romp was in augustus klaar waarna in de herfst de spits afgerond kon worden. Met de opening van deze nieuwe kerk kwam er ook een kerkorgel, gebouwd door firma Knipscheer. Niet iedereen beschouwde dat als een aanwinst, het merendeel echter wel, blijkt uit een citaat van een gedicht wat werd voorgedragen uit naam van de meerdere ‘intekenaren van de vrijwillige bijdragen’;


“Mogen wij ons thans verheugen, in den lieven orgeltoon.

Rolt hij door de kerkgewelven, Zoo welluidend en zoo schoon.

Is er aan den wensch van velen, Door dit orgel nu voldaan,

Neemt dan, Weleerwaarde Heeren! Onzen dank goedgunstig aan.”

(...)

Laat den lastertong vrij smalen, En haar zwadder in het rond

Waar ’t slechts moog’lijk is, verspreiden,

En zij luisterende ooren vond,

Gaat gij bedaard uw wegen;

Doe, wat pligt en regt gebiedt,

Dan ontbreekt u op uw arbeid. ‘s Hemels milde zegen niet.

   

Bronvermelding: Boeken van Stichting Oud Aalsmeer en Herman van der Linde en de website van de Dorpskerk.


P12705